Kinderen motiveren kun je leren

Hoe motiveer jij je kind om mee te helpen bij het dekken van de tafel, het opruimen van zijn kamer, het maken van zijn huiswerk,…? Kinderen staan er niet altijd voor te springen. Soms lijken ze de motivatie te missen voor dingen die jij belangrijk vindt. Het Process Communication Model leert ons dat we allemaal een verschillende persoonlijkheid hebben (gelukkig maar…) en dat we daardoor allemaal op een andere manier gemotiveerd kunnen worden.

Onderstaande vragenlijst gaat na welk persoonlijkheidstype jij bent en welk type jouw kind is. Het is niet zo dat iedereen in één bepaald vakje thuishoort, dus interpreteer de verschillende persoonlijkheden niet te eng. Toch zul je merken dat jij of je kind min of meer aansluiting zal vinden bij één van de persoonlijkheidstypes. Deze types worden verder in het artikel uitgelegd. In de eerste kolom werden afkortingen van de types gebruikt, zo kan je meteen zien welk type overeenkomt met welk item. Als  je bijvoorbeeld hoog scoort op het item ‘plezier/fun/toffe dingen’ refereert dit naar het ‘rebelse’ type. Na de vragenlijst komen verschillende tips aan bod over hoe elk type te motiveren is.

De vragenlijst

Orden uitspraken voor jezelf (wat motiveert jou?) en voor je kind (wat motiveert jouw kind?)

Hieronder een fictief voorbeeld om het meer concreet te maken:

Je zult merken dat wat jij belangrijk vindt, misschien niet helemaal gelijk is aan wat je kind energie geeft.

Voor sommige ouders is ‘planning en tijd’ (vraag 1) zo evident dat ze niet kunnen snappen dat sommige kinderen hier minder belang aan hechten. Voor andere ouders is gezellig ‘samen zijn’ (vraag 6, 9 en 11) één van de hoogste doelen, terwijl hun kinderen meer kunnen genieten van dingen ‘alleen’ (vraag 3, 7 en 15) te doen. Tenslotte zijn er ook ouders die graag discussiëren met hun kinderen (vraag 2 en 13) terwijl deze misschien vooral nood aan ‘actie’ (vraag 4) of ‘speels tof contact’ (vraag 5) hebben.

Mensen verschillen en dat houdt helemaal geen waardeoordeel in. We hebben alle soorten persoonlijkheden nodig om onze wereld te doen draaien. Het is wel van belang om te beseffen dat wat ons motiveert (bijvoorbeeld voorspelbaarheid) misschien niet zo’n energieverschaffer is voor anderen. Die voorspelbaarheid bijvoorbeeld kan zelfs aanleiding zijn voor energieverslindende stress en miscommunicatie bij sommige kinderen. Ook blijven doorhameren op ‘deadlines’ (vraag 1 en 12), ‘alles samen willen doen’ (vraag 6, 9 en 11) of ‘onvoldoende actie’ (vraag 4, 10 en 16) is nefast om sommige kinderen te motiveren.

Het Process Communication Model (PCM) biedt ons een kader om verschillen tussen mensen (kinderen en volwassenen) beter te begrijpen. PCM leert ons dat sommige mensen uit zichzelf (intern) gemotiveerd zijn om te presteren, terwijl anderen best presteren vooral vanuit een externe motivatie. Daarnaast zijn er kinderen die heel taakgericht zijn (ze willen zelf dingen weten…) en anderen die vooral gericht zijn op relaties en dingen doen voor en met ‘anderen’.   De laatste groep komt naar school voor de vriendjes en de juf/meester. De eerste groep komt naar school om dingen te leren, te weten, te kunnen… (Antersijn, & van Hest, Valcke & De Craene, 2015). Het is van belang om ‘afgestemd’ om te gaan met elk kind van deze kinderen, ook thuis.

Soorten kinderen

Motivatie is de motor die onze kinderen de energie geeft om zich ten volle in te zetten. Voor kinderen met leerstoornissen is het aanzwengelen van die motor nog belangrijker dan bij andere kinderen, omdat zij drempels moeten overwinnen die andere leerlingen niet als moeilijkheid ervaren. Wat één kind motiveert kan verschillen van wat een ander kind of van wat jezelf zou motiveren. We kunnen dit als volgt verduidelijken.

Gestructureerde denker (25% van de kinderen) zijn taakgericht, logisch, verantwoordelijk, praktisch georganiseerd. Deze kinderen (meer jongens dan meisjes) raken gemotiveerd door vragen, plannen, voorspelbaarheid en structuur. Zij ervaren inbreuken op hun tijdsplanning en het niet halen van deadlines als energieverslindend.

Doorzetters (10% van de kinderen) zijn taakgericht, gewetensvol, opmerkzaam, plichtsbewust. Deze kinderen raken gemotiveerd door discussies en vragen naar hun mening. Zij ervaren het niet vragen/geen rekening houden met hun mening als energieverslindend.

Harmoniser (30% van de kinderen) zijn mensgericht, meelevend en gevoelig. Ze genieten van mooie dingen. Deze kinderen (meer meisjes dan jongens) raken gemotiveerd door samen dingen te doen en zorg te dragen voor elkaar. Zij ervaren spanningen in een groep, verschillen in meningen of ruzies als energieverslindend.

Dromers (10% van de kinderen) zijn reflectief, vindingrijk en kalm. Ze werken graag alleen. Deze kinderen raken gemotiveerd door over dingen te kunnen nadenken en door duidelijke instructies te krijgen. Zij ervaren het snel moeten beslissen of gebrek aan tijd/privacy als energieverslindend.

Rebellen (20% van de kinderen) zijn mensgericht, spontaan, creatief en speels. Deze kinderen worden gemotiveerd en krijgen energie van speelse contacten en humor. Zij ervaren overdreven structuur en voorspelbaarheid zonder ‘fun’ als energieopslorpend.

Promotors (5% van de kinderen) zijn mensgericht, eerder impulsief, overtuigend en willen vooral actie. Deze kinderen raken gemotiveerd door uitdagingen, opwinding en actie. Zij ervaren teveel stilzitten, teveel praten over details zonder actie als energieopslorpend.

Hoe motiveer je deze soorten kinderen?

Alle kinderen zijn op een andere manier te motiveren:

De harmoniser
Je motiveert de harmoniser (die hoog scoorde op vragen 6, 9, 11 en 17) door uitspraken als ‘ik ben blij dat je erbij bent’ en ‘je hebt een mooie boekentas’…

De gestructureerde denker
Gestructureerde denkers (die hoog scoorden op vragen 1, 8, 12 en 20) raken helemaal niet gemotiveerd door zo’n uitspraken. Zij willen iets horen als ‘dat heb je goed aangepakt’.

De doorzetter
Je motiveert een doorzetter (die hoog scoorde op vragen 2, 8, 13 en 19) met vragen als ‘wat vind jij daarvan’.

De dromer
Dromers (die hoog scoorden op vragen 3, 7, 15 en 21) motiveer je vooral door hen alleen te laten nadenken over dingen en dan terug bij de groep te betrekken.

De rebel
Rebellen (die hoog scoorden op vragen 5, 10, 14 en 22) motiveer je met een knipoog. Deze kinderen haken af bij een strenge juf of meester die niet om kan met humor. Zorg voor ‘fun’ en geef ze de kans om te entertainen.

De promotor
Promotors (die hoog scoorden op vragen 4, 10, 16 en 18) hebben nood aan kansen om actief aan de slag te gaan.

In eenzelfde gezin zullen kinderen dus verschillen in hoe ze gemotiveerd raken. Opvoeden veronderstelt dat we geloven in al onze kinderen vanuit het idee ‘ik ben OK, jij bent OK’. PCM stelt dat alle persoonlijkheden OK zijn, maar dat ze heel erg van elkaar kunnen verschillen en andere dingen als energieverschaffend en energieverslindend ervaren.
Alle persoonlijkheidstypes zouden sterke kanten (die ze tonen als hun behoeften vervuld zijn – zie vragen 11, 12, 13, 14, 15 en 16) maar ook valkuilen (zie vragen 17, 18, 19, 20, 21 en 22) hebben waar ze negatief gedrag gaan stellen als hun behoeftes niet vervuld zijn.
Onderzoek toonde aan dat heel wat leerkrachten in het lager onderwijs harmonisers zijn. In het secundair en hoger onderwijs zou het vaker om gestructureerde denkers of doorzetters gaan. PCM verklaart dus waarom sommige kinderen wel leren bij de ene leerkracht en afhaken bij een andere leerkracht. Het gaat in die gevallen om een ‘mismatch’ tussen de behoefte van het kind en de persoonlijkheid/behoefte van de leerkracht, waardoor men ‘in stress’ geraakt.

Het verschil in omgaan met stress

In stress gaan mensen overdrijven en niet meer helder nadenken. Ze vertonen gedrag dat anderen irriteert en zetten een spiraal van miscommunicatie in gang. Doorzetters in stress veroordelen anderen en gaan ‘aanvallen’. Gestructureerde denkers overdrijven vaak door te veel regels te maken (over specifiëren), overdreven te gaan controlen (overcontroleren) en anderen te bekritiseren wat betreft hun denkvermogen. Harmonisers gaan onder invloed van stress net proberen om het ‘nog beter te doen’ en zich ‘over aan te passen’ waardoor ze fouten maken en uitnodigen om kritiek te krijgen en afgewezen te worden. Dromers gaan passief afwachten, dingen niet afmaken waardoor ze zichzelf ‘buiten spel’ zetten. Rebellen gaan negatief zijn over anderen, klagen en anderen de schuld geven. De promotor negeert of breekt regels en manipuleert in stressvolle situaties.

Hoe stress voorkomen?

Om stress te voorkomen is een gedifferentieerde aanpak (en het bevredigen van psychologische behoeftes) nodig.
Harmonisers hebben nood aan knuffels, samen dingen doen, een glimlach en een persoonlijke begroeting. Vraag naar hoe het ging op school, in de jeugdbeweging… Hang foto’s en tekeningen op. Zorg dat deze kinderen samen dingen kunnen doen met vriendjes. Betrek doorzetters in beslissingen, maak hen verantwoordelijk voor de week/weekendplanning,… Vraag naar wat ze denken over dingen en hou er zoveel mogelijk rekening mee. Discussieer met hen, ze doen dat graag. De gestructureerde denker in huis heeft nood aan dagelijkse complimenten voor het geleverde werk. Zorg ervoor dat ze zelf niet overdrijven en nog tijd nemen om te spelen en te genieten van dingen. Vaak zijn deze kinderen iets te plichtsbewust en hebben ze ouders nodig om die drang wat te relativeren. Voor dromers is privacy heel belangrijk. Het zal echter ook nodig zijn om geregeld te vragen of dingen klaar zijn zodat taken en opdrachten afgewerkt worden. Deze kinderen riskeren van taken niet af te maken en hebben ouders nodig om hen gedoseerd hierin wat te ondersteunen. Promotors hebben nood aan opwindende en nieuwe uitdagingen en beloningen voor geleverde inspanningen. Zorg dat leren voldoende boeiend blijft. Deze kinderen hebben ook nood aan duidelijke afspraken waar ze zich moeten aan houden met voldoende kans tot handelen. Kinderen met een rebelse persoonlijkheid zijn zeer afhankelijk van de soort leerkracht waar ze mee te maken hebben. Het klikt (en ze werken heel hard) of het klikt niet (en haken mentaal af). Ze hebben geen baat bij een harde confrontatie. Ze functioneren best binnen een speelse sfeer waar toch gewerkt wordt aan dingen die moeten. Fun, grapjes, een knipoog doen wonderen.

Conclusie

Samenvattend kunnen we stellen dat de ‘aanpak’ die het goed doet bij het ene kind helemaal niet zo efficiënt om een ander kind te boeien en geboeid te houden. Bij sommige kinderen (van het ‘harmoniser’ type) is persoonlijke erkenning en prikkeling van de zintuigen nodig, daar waar anderen (van het ‘gestructureerde denker’ type) erkend willen worden voor hun denkvermogen en harde werken. Kinderen die eerder ‘doorzetters’ zijn, hebben dan weer erkenning voor het werk, de overtuiging en commitment nodig, daar waar ‘dromers’ nood hebben om alleen te zijn en punten niet hun belangrijkste motivatie zijn. Speels contact en leuke dingen doen zijn van groot belang voor rebelse kinderen, terwijl promotor kinderen spannende dingen met actie en beweging nodig hebben. Het zal erop aan komen om aan de behoeftes van elk kind te voldoen zodat iedereen zich aangesproken voelt. Process Communication Model (PCM) is een model dat verklaart waarom bepaald gedrag van leerlingen ons motiveert of ergert. Er blijkt namelijk niet zo iets te zijn als ‘de’ perfecte onderwijsstijl die past voor alle leerlingen. PCM biedt ons dus een kader om te differentiëren en te zorgen dat meer kinderen (ook kinderen met leerstoornissen) ‘goesting’ krijgen om te leren. We krijgen er handvaten om met alle soorten kinderen (en volwassenen) om te gaan. PCM leert ons ook stilstaan bij onze eigen psychologische behoeftes. Het doet ons verstaan dat onze communicatie en interactie met kinderen ertoe doet.

3472